Kerk der Zevende-dags Adventisten - Breda. e.o.

  7. De natuur van de mens

Man en vrouw werden naar het beeld Gods geschapen met persoonlijkheid, macht en vrijheid om te denken en te doen.
Elk mens is een ondeelbare eenheid van lichaam, ziel en geest. Ofschoon als vrij wezen geschapen, blijft hij van God afhankelijk voor zijn leven en al het overige. Toen onze stamouders God ongehoorzaam werden, ontkenden zij hun afhankelijkheid van Hem, en verloren hun hoge positie onder God. Het beeld Gods in hen werd vervormd, en zij raakten aan de dood onderworpen. Hun nakomelingen delen in deze gevallen natuur en de gevolgen hiervan. Zij worden geboren met zwakheden en de neiging tot kwaad. Maar God verzoende in Christus de wereld met Zichzelf en herstelt door zijn Geest in berouwvolle stervelingen het beeld van hun Maker. Zij zijn geschapen tot eer van God en geroepen om Hem en elkaar lief te hebben en voor hun omgeving te zorgen.
(Gen. 1:26-28; 2:7; 3; Ps. 8:4-8; 51:5; Hand. 17:24-28; Rom. 5:12-17; 2 Kor. 5:19,20).

TerugVerder