Kerk der Zevende-dags Adventisten - Breda. e.o.

  20. De Sabbat

De weldadige Schepper rustte, na de zes scheppingsdagen, op de zevende dag en stelde desabbat in voor alle mensen als een gedenkteken van de schepping. Het vierde gebod van Gods onveranderlijke wet eist de viering van de sabbat (de zevende dag) als een dag van rust, aanbidding en bediening in overeenstemming met het onderwijs en de gewoonte van Jezus, de Heer van de sabbat. De sabbat is een dag van vreugdevol omgaan met God en de naaste. Hij is een symbool van onze vreugde in Christus, een teken van onze heiliging, een bewijs van onze trouw en een voorproef van onze eeuwige toekomst in Gods koninkrijk. De sabbat is Gods altijddurende teken van het eeuwig verbond tussen Hem en zijn volk. Het vreugdevol waarnemen van deze heilige tijd, van avond tot avond, van zonsondergang tot zonsondergang, is een viering van Gods scheppend en verlossend handelen.
(Gen. 2:1-3; Ex. 20:8-11; 31:12-17; Lev. 23:32; Deut. 5:12-15; Jes. 56:5,6; 58:13,14; Mar. 2:27.28; Luc. 4:16; Heb. 4:1-11).

TerugVerder